Een duivels dilemma

❧ Vrijdag 2 februari 1923

 

Klaus en ik bevinden ons in een waarlijk duivels dilemma. Naast de fragmenten van het Sedefkar Simulacrum zijn wij onverwacht in het bezit geraakt van een buitengewoon gevaarlijk artefact — de Mims Sahis, ook wel bekend als de Klauw van het Serpent. Dokter Dragomir Moric wilde deze dolk vernietigen, terwijl Goran Belenzada haar wenste aan te wenden voor het goede, teneinde oorlogsveteranen te kunnen helpen. Doch, de dolk is ontegenzeggelijk doordrongen van kwaad. Ik vóél het in elke vezel van mijn wezen. En toch… er schuilt mogelijk een verband met onze missie, en — ik durf het nauwelijks uit te spreken — wellicht kan zij ook mij persoonlijk iets teruggeven. Maar tegen welke prijs?

Laat mij echter eerst, alvorens verder te filosoferen, een kort overzicht geven van hetgeen zich de voorbije twee dagen heeft afgespeeld.

Wij ontdekten de lugubere aard van de medische experimenten die dokter Belenzada uitvoerde in zijn kampement. Zijn oorspronkelijke motief — het verlichten van het lijden der oorlogsinvaliden die hun ledematen hadden verloren — verdient op zich lof. Maar in zijn zoektocht is zijn geest ergens afgedwaald in duistere regionen. Ik ben ervan overtuigd dat het de Mims Sahis was die hem op dat pad der waanzin bracht. Het artefact stelde hem in staat om ledematen uit te wisselen tussen mensen en dieren. Klaus merkte een hond met het hoofd van een varken op in een kennel in het kampement, en bij meerdere bewakers van het kamp bleken hun geamputeerde ledematen vervangen te zijn door die van apen. Een gruwel.

Yazmina’s vader had reeds uitvoerig onderzoek verricht naar de geschiedenis van de Mims Sahis. Dit kwaadaardige reliek stamt vermoedelijk uit de tijd der kruistochten, zo niet eerder, en was eens in het bezit van Sedefkar. Een mystieke christelijke ridderorde, de Orde van het Nobele Schild, had het wapen buitgemaakt en uiteindelijk veilig opgeborgen in een tombe, omgeven door occulte symbolen. Deze tombe was het object van de opgraving hier te Vinkovci. Tot voor enkele weken rustte de dolk hier in vrede, totdat Moric haar ontdekte en zijn ontdekking deelde met zijn vriend Goran.

Het leidde tot een hoog opgelopen meningsverschil dat tragisch uitmondde in moord. Arme Moric. Arme Yazmina. Hoe wrang is het dat Moric het naderend onheil aanvoelde en zijn vondsten nog wist te beveiligen, maar niet zijn eigen leven. Yazmina zal de antieke manuscripten en het zilveren muntstuk van Judas naar een museum in Zagreb brengen. Het steentje, gegraveerd met een occulte beschermingsrune, houden wij bij ons. Onze Heer nu mag oordelen over het lot van Goran Belenzada, maar ik verwacht dat hij zal branden in de Hel.

En dan blijft er de dolk. De Mims Sahis. De Klauw van het Serpent. Wij bevinden ons nu op de plaats waar Moric haar hoopte te vernietigen, door haar onder een rotsbreker te verpulveren. Maar, wat te doen? Het zou wellicht het verstandigst zijn het vernietigingsplan voort te zetten. Maar het is tevens een wapen van ongeëvenaarde kracht, scherp als geen ander — het snijdt door materie alsof het lucht betreft. En… misschien, heel misschien, zou ik haar kunnen gebruiken om mijn verloren hand terug te krijgen. Maar opnieuw rijst de vraag: tegen welke prijs?