
Aldus ontbrandde de oorlog — een cataclysmische strijd, uitgevochten met wapenen en toverijen die de aarde zelf deden schroeien en de fundamenten der wereld deden beven. De hemelen werden aan flarden gescheurd door stralen van eldritch vuur, en de zeeën kookten onder de razernij van ontketende stormgeesten. De kreten der stervenden werden gesmoord door het gebulder van krachten die sterfelijk verstand te boven gaan.
In hun wanhoop knechtte Atlantis monstrueuze wezens — groteske gruwelen, opgeroepen uit de onderlaag der werkelijkheid — in een poging het tij der strijd te doen keren. Deze schepselen, behorend noch tot deze wereld noch tot de volgende, richtten verderf aan waar zij ook gingen, hun loutere aanwezigheid een godslastering jegens de natuur.
De aarde daverde onder hun schreden, en de lucht werd bedorven door den stank van verval.
— Uit John Dee's vertaling van de Necronomicon, 1596

Hotel Astor, New York City, 5 februari 1919
Aan Victoria Southcliffe
208 Baker Street, Marylebone, Londen, Engeland
Lieve Victoria,
Het is inmiddels al veel te lang geleden dat wij elkaar gesproken hebben, en ik vermoed dat mijn plotselinge stilte je enigszins heeft verontrust. Waarschijnlijk heb je het inmiddels al via-via vernomen, maar ik schrijf je nu eindelijk ook zelf maar om te zeggen dat ik de oversteek heb gemaakt naar Amerika. Het spijt mij dat ik je niet eerder op de hoogte bracht; ik had zelf nog niet geheel de woorden gevonden om uit te leggen waarom ik Engeland — althans voorlopig — achter mij moest laten.
Hoewel Salisbury zelf gespaard bleef voor het ergste oorlogsgeweld, liet de Grote Oorlog zijn sporen overal achter. Onze gemeenschap, eens zo levendig, werd getekend door afwezigheid. Te veel jonge mannen keerden niet terug, en zij die het wel deden, brachten vaak meer schaduwen mee dan hun lichamen konden dragen.
Je herinnert je ongetwijfeld Martin, die door een mortiergranaat beide benen verloor. Hij vertelde mij over wat hij had meegemaakt — of beter gezegd, wat hem bleef achtervolgen. Dingen die hij had gezien in de loopgraven, of misschien slechts had gehallucineerd tijdens koortsaanvallen. De zusters in het veldhospitaal vertelden hem dat hij 's nachts schreeuwde in woorden die zij niet herkenden, alsof het een taal was die niet voor mensen bestemd was. Ik weet niet wat mij meer raakte: zijn verhalen, of zijn moeite om die verhalen te vergeten.

Daar bovenop kwam de Spaanse Griep, die onze stad met een genadeloosheid trof die ik niemand toewens. Je weet hoe ziek ik zelf ben geweest — het ziekenhuis, de koorts, het dunne draadje waaraan ik hing. Ik leef nog, grotendeels dankzij geluk en een hardnekkige wil om Rupert niet de genoegdoening te geven dat hij mij als marmeren engel op het familiegraf mocht bijzetten. Maar vrolijk waren die tijden geenszins.
En zelfs toen de oorlog eindelijk voorbij was, leek het alsof de lucht te zwaar was om in te ademen. Onze rijkdom beschermde ons voor veel, maar niet voor het gevoel dat het leven zelf was uitgehold. Overal zag ik leegte, littekens, gemis. En Rupert — dierbaar maar o zo verstikkend — begon opnieuw te oreren over geschikte huwelijkskandidaten, alsof dat het wondermiddel was tegen vier jaar universele ellende.
Noem het gerust vluchtgedrag; ik zal je niet tegenspreken. Ik wilde weg. Weg van het pessimisme, weg van de herinneringen, weg van de verwachting dat ik mij netjes in het stramien zou voegen. Ik verlangde naar warmte, naar licht, naar geluid — naar iets dat lééfde. En dus stapte ik op de boot.
Toen ik het Vrijheidsbeeld in de ochtendmist zag oprijzen, overviel mij een gevoel dat ik nauwelijks nog herkende. Hoop. En datzelfde gevoel zwol aan toen ik voor het eerst een jazzclub binnenstapte: muziek die tintelde, mensen die lachten, een stad die pulseerde alsof hij mij wilde terugroepen in de wereld der levenden.
Ik ben nu een maand hier in New York, en o, Victoria — ik adem weer. Ik dans, ik lach, ik leef zoals ik dacht dat ik misschien nooit meer zou kunnen.

Ik weet dat het voor jou lastig is om hierheen te komen, maar mocht je ooit de oceaan willen oversteken: ik verzeker je dat het de moeite waard is. Deze stad geneest, op haar eigen luidruchtige, onvolmaakte, schitterende manier.
Met alle liefde,
