
Hoewel de Qarinah er wellicht voor kiest zich aan sterfelijke ogen te vertonen als de belichaming van ultieme schoonheid — een vrouw zo betoverend in gedaante en aanblik dat niemand haar zou kunnen weerstaan — is dat kunstige omhulsel slechts oppervlakkig bedrog. Bij nauwkeurige beschouwing kan men de huiveringwekkende waarheid ontwaren achter haar begoochelende façade.
Misvormingen, gruwelijke aantastingen van de natuurlijke orde, verraden haar ware, infernalische afkomst: vogelklauwen waar zachte handen zouden moeten zijn, slangachtige staarten die zich dreigend samenkringelen op de plek waar menselijke benen zouden behoren te rusten. Deze demonische kenmerken, schuilgaand onder haar illusoir schoon masker, maar onthuld aan hen wier ogen werkelijk geopend zijn, bevestigen op schrikwekkende wijze de helse oorsprong van de Qarinah.
— Uit John Dee's vertaling van de Necronomicon, 1596

New York City, Hotel Astor, 24 februari 1919
Aan Victoria Southcliffe
208 Baker Street, Marylebone, Londen, Engeland
Lieve Victoria,
Je zult hartelijk lachen om hetgeen ik je heden te schrijven heb, en om die reden heb ik de betreffende pagina uit het tijdschrift bijgevoegd — opdat je mij niet verdenkt van overdrijving (ofschoon je weet dat ik enkel op theatrale momenten tot zulke middelen verval).
Kort na mijn aankomst in New York werd ik op een reeks gala's geïntroduceerd aan allerlei lieden die ik nog nooit had gezien, maar die mij desondanks toespraken alsof we sinds onze kindertijd gezamenlijk thee hadden gedronken. Amerikanen hebben die gewoonte, zo lijkt het. Het is tegelijkertijd vermakelijk en licht vermoeiend.
Welnu, op één van die avonden trad een heer op mij toe, met het soort zelfverzekerde glimlach dat mannen dragen wanneer zij menen dat zij een buitengewoon geestige opmerking gaan maken. Hij complimenteerde mij — let op, Eleanor — over mijn benen. En voordat ik mij zelfs maar kon afvragen of ik hem nu een tik met mijn waaier moest geven, verklaarde hij dat hij fotograaf is voor een firma die zijden netkousen vervaardigt.
Je kunt je mijn verbazing voorstellen toen hij vroeg of ik wellicht interesse had om voor hen model te staan in een reclamefoto. Ik kon niet anders dan lachen. De gedachte alleen al — ik, afgebeeld in een Amerikaans modetijdschrift, poserend voor damesbenodigdheden! Maar de grap was te smakelijk om te laten liggen, en dus heb ik ingestemd, geheel vanuit een gevoel voor avontuur en, ik geef het toe, een vleugje ondeugd.
De foto is verrassend elegant uitgevallen, al zeg ik het zelf. Toch denk ik niet dat ik een loopbaan als model ambieer; éénmaal was amusant, nogmaals zou louter vermoeiend zijn. Bovendien — en dit is misschien wel het meest vermakelijke onderdeel — kan ik mij levendig de uitdrukking op Ruperts gezicht voorstellen wanneer hij hier ooit achter komt. Ik vermoed dat zijn wenkbrauwen dermate hoog zouden opschieten dat men ze enkel nog met een verrekijker zou kunnen waarnemen.
Ik vertrouw erop dat jij, in tegenstelling tot mijn dierbare broer, wél zult genieten van deze kleine frivoliteit.
Met al mijn genegenheid,

