Deze zonderlinge, buitenaardse wezens, bewoners van den zwarte afgrond, wier ontregelende bestaan doordringt tot in den onpeilbaren tusschenruimte tussen de bol die wij Aarde noemen en de huiveringwekkende, onverkende rijken daarbuiten, hebben in hun tentakelende greep de geesten verstrikt van hen die dapper van hart zijn — of wellicht roekeloos genoeg — om hun afschuwelijke geheimen te doorvorsen, en zij strikken allen die het wagen een glimp der waarheid te aanschouwen in de schaduwen van hun cryptische kennis.
— Uit John Dee's vertaling van de Necronomicon, 1596

Lima, Peru, Hotel Maury, 20 maart 1920
Aan Victoria Southcliffe
208 Baker Street, Marylebone, Londen, Engeland
Lieve Victoria,
Ik hoop dat je mij deze korte brief wilt vergeven. De voorbije dagen in Lima waren — om het zacht uit te drukken — bijzonder intens, en ik kan er mij op dit ogenblik niet toe zetten je daar uitvoerig verslag van te doen. Wellicht zal ik daar later de rust voor vinden. Voor nu wend ik mij tot je met een verzoek.
Enige jaren geleden vertelde je mij over een bezoek dat een kennis van je had gebracht — mogelijk een familielid, de herinnering laat mij hier enigszins in de steek — die werkzaam was in het Bethlem Royal Hospital, dat men in de volksmond Bedlam noemt, te Bromley nabij Londen. Hij had daar de zorg over hen wier geest ernstig ontredderd was. Onder deze ongelukkigen bevond zich, indien ik het wel heb onthouden, een man van Turkse afkomst, die reeds sinds de jaren '90 der vorige eeuw in een catatonische toestand verkeerde, na een ingrijpende gebeurtenis. Het enige wat deze arme ziel nog kon uitbrengen — als een waarlijk bezetene — was zijn eigen naam: Mustafa Ibrahim, zo meen ik.
Dat woord "bezetene" brengt mij bij de kern van mijn verzoek. Mij staat bij dat degene die hem destijds bij het hospitaal had achtergelaten, verklaarde dat hierin de oorzaak van zijn geestelijke knak gelegen was. De man beweerde immers dat de Turk tijdelijk bezeten zou zijn geweest door een of andere bovennatuurlijke entiteit. Nadat deze aanwezigheid hem weer had verlaten, zou zijn geest gebroken zijn achtergebleven.

Zou het voor jou mogelijk zijn om nadere bijzonderheden over deze man te achterhalen? Leeft hij nog? Is er meer vastgelegd over de omstandigheden van dit vermeende voorval? En heeft men ooit gespecificeerd wat voor soort entiteit beweerd werd dat bezit van hem had genomen? Ik zou je zeer dankbaar zijn indien je hier navraag naar zou willen doen. Mijn beweegredenen kan ik je op dit moment helaas nog niet uitvoerig toelichten.
Je antwoord kun je richten aan het jou bekende adres van mijn agent in Los Angeles.
Met alle genegenheid,
