In de kronieken van het abstruse en het verbodene schuwt de Plaats der Onaardse Arcana geenszins de beschouwing van de Kunst der Betovering en het Smeden van Amuletten. Deze kunsten, duister en onheilspellend, bestaan in het doordrenken van anderszins alledaagse voorwerpen met krachten die volkomen tegennatuurlijk zijn, zulks onder het mom van bescherming en begiftiging. Deze praktijken vereisen van den beoefenaar een diepgravend begrip van de onzichtbare energieën die het oneindige universum doordringen en teisteren, gelijk een verraderlijke ziekte zich nestelt in het verzwakte lichaam van een broze gastheer.
— Uit John Dee's vertaling van de Necronomicon, 1596

Arkham, Massachusetts, Hotel Miskatonic, 16 augustus 1920
Aan de heer Rupert Cavendish
213 Castle Road, Salisbury, Wiltshire, Engeland
Mijn dierbare Rupert,
Zoals je weet ben ik in het bezit van het amulet dat reeds generaties lang van moeder op dochter binnen onze familie wordt doorgegeven. Ik kan mij levendig voorstellen dat je bij het lezen van hetgeen volgt een wenkbrauw zult optrekken — wellicht zelfs beide — maar ik verzoek je toch mijn woorden met enige welwillendheid te overwegen.
Ik ben er namelijk van overtuigd geraakt dat dit sieraad méér is dan een louter erfstuk. Zoals moeder mij destijds vertelde, zou het een deel dragen van de geest en kracht van de vrouwen die het vóór mij hebben gedragen. Of dat letterlijk waar is, durf ik niet met zekerheid te stellen — maar dat het amulet van grote ouderdom is, en een buitengewoon merkwaardige geschiedenis kent, staat inmiddels voor mij vast. Evenzeer ben ik ervan overtuigd dat het een beschermende werking bezit die niet eenvoudig te verklaren valt.
Tijdens de terugreis van onze expeditie in Peru heb ik mijn reisgenoot Johnathan Corso — een man met een zekere eruditie op het gebied van symboliek en obscure geschriften — gevraagd of hij de tekens op het amulet kon duiden. In het midden bevindt zich, zoals je wellicht herinnert, een vijfpuntige ster, omringd door inscripties die noch hij, noch ik eenvoudig konden plaatsen. Toch was hij ervan overtuigd dat deze tekens niet louter decoratief zijn, maar een zekere betekenis dragen.
Johnathan stelde voor het amulet te laten onderzoeken in Arkham, waar hij woont en connecties onderhoudt. Zo kwamen wij terecht aan de Miskatonic University, waar wij — met enige moeite en de behulpzaamheid van een zekere professor Henry Armitage en een bijzonder vriendelijke bibliothecaresse, Mary, met rood haar gelijk bliksem uit de hemel — toegang verkregen tot een afgeschermde collectie van historische en occulte werken.

In één van die boeken troffen wij een schets aan — een schets die zonder enige twijfel mijn amulet voorstelde.
Het sieraad bleek ooit in het bezit te zijn geweest van een vrouw genaamd Abigail Hobbs die in Salem als heks op de brandstapel is geëindigd. Vermoedelijk is het haar kort vóór haar dood ontnomen; de gedachte dat iemand het uit de resten van een brandstapel heeft gered, acht ik — althans voorlopig — minder aannemelijk, al sluit ik het in deze vreemde wereld niet langer volledig uit.
Kort daarna kwam het in handen van een geleerde die werkte voor wat later de Miskatonic University zou worden. Deze man nam het mee ter bestudering vanwege de associatie met hekserij. Vandaar dat wij er thans nog sporen van konden terugvinden.
Maar het amulet is ouder dan dat. Veel ouder.
Volgens de beschikbare bronnen zou het afkomstig zijn uit Europa en reeds in de vroege zeventiende eeuw naar Amerika zijn gebracht — mogelijk zelfs aan boord van de Mayflower. De inscripties zelf zijn slechts fragmentarisch en onsamenhangend gedocumenteerd, maar lijken verband te houden met oude heidense gebruiken uit Engeland. Er wordt gesuggereerd dat zij bedoeld zijn om de geest te versterken, te beschermen — wellicht zelfs te wapenen.
Je begrijpt dat mijn gedachten daarbij onwillekeurig afdwalen naar de oude verhalen rond Stonehenge, die wij in onze jeugd zo vaak hoorden. Ik zou het bijna passend noemen, ware het niet dat het mij tegelijkertijd een zekere onrust bezorgt.
Het amulet heeft overigens niet lang in Amerika verbleven, want zoals wij weten is het vele generaties geleden al in onze familie terechtgekomen. Hoe het die reis heeft gemaakt, blijft vooralsnog een raadsel.
Ik kan mij voorstellen dat jij dit alles met de nodige scepsis zult ontvangen. Jouw geest is altijd van een prijzenswaardige nuchterheid geweest, en je zult geneigd zijn dit af te doen als bijgeloof of fantasie.
Maar, beste Rupert — je zuster is inmiddels tot andere inzichten gekomen.
Met de hartelijkste groeten,
