"'Twas beauty killed the beast", said the Dean, who liked to say things like that.

"No it wasn't," said the Chair. "It was it splatting into the ground like that."

— Terry Pratchett, Moving Pictures (1990)

Rampspoed en ontdekkingen

Bamba Rumi, Bolivia — 15 maart 1933

De eerste dag van deze onderneming ligt inmiddels achter ons, en ik durf nu reeds te stellen dat dit de gevaarlijkste missie is waaraan ik ooit heb deelgenomen, maar ook de meest fascinerende. Opmerkelijk genoeg weet ik nog altijd niet precies waarin dat gevaar schuilt. Het is een onbekende dreiging, verborgen achter geheimzinnige beschrijvingen, verontrustende bevindingen en een groeiend aantal doden.

De rationele wetenschapper in mij schreeuwt dat wij onvoldoende voorbereid zijn en dat versterking onontbeerlijk is. De onderzoeker in mij voelt echter iets anders: de opwinding van iemand die vermoedt eindelijk op het spoor te zijn van het bewijs waarnaar hij al jaren zoekt. De vraag die mij bezighoudt, is niet langer óf ik antwoorden zal vinden, maar tegen welke prijs.

Na een periode van aanvullende training in New York vertrokken wij naar La Paz in Bolivia. Van daaruit reisden wij verder te voet verder met ezels naar het afgelegen dorp Bamba Rumi, nadat de laatste voorraden waren ingeslagen. De expeditie stond onder leiding van een Italiaanse arts, dr. Arturo Ursini, een man van ongeveer zesendertig jaar met een zorgvuldig onderhouden potloodsnor.

Ons gezelschap bestond uit een tiental nieuwe rekruten, aangevuld met lokale assistenten die de lastdieren verzorgden. De tocht naar Bamba Rumi duurde verscheidene uren en voerde ons door ruig terrein. Bij aankomst ontvouwde zich een weinig hoopgevend tafereel.

Het dorp bleek grotendeels verwoest. Huizen waren kapotgeschoten, muren ingestort en straten verlaten. Tussen de ruïnes stonden de tenten van de Caduceus Foundation opgesteld, samen met een ander kampement aan de rand van de nederzetting.

Kort voordat wij het dorp zouden intrekken nam Ursini de nieuwelingen apart. Hij maakte een nerveuze indruk en vertelde dat hij ons iets belangrijks moest mededelen. Volgens hem was de Caduceus Foundation niet geheel wat zij leek, en was onze werkelijke opdracht iets anders dan ons tot dusver was voorgehouden.

Hij kreeg echter nooit de kans zijn uitleg af te maken. Want nog voordat hij de kans kreeg klonk een schot vanuit de jungle. De kogel trof hem vol in het hoofd. Ursini was op slag dood.

Vrijwel onmiddellijk brak een hevig vuurgevecht los. Vanuit de begroeiing openden meerdere aanvallers het vuur. Een van hen was bewapend met een jachtgeweer en schoot van grote afstand, terwijl anderen dichterbij kwamen met shotguns. Allen droegen Boliviaanse legeruniformen.

Tijdens de schermutseling werd ik bovendien getroffen door een merkwaardige gewaarwording. Vlak naast mij sloeg iets met grote kracht in een boomstam, zonder dat ik het geluid van een schot had gehoord. Op dat moment schonk ik er weinig aandacht aan; er waren dringendere zaken om mij zorgen over te maken.

Dat wij het gevecht overleefden mag gerust een wonder heten. Behalve Ursini vielen er onder onze groep geen slachtoffers. Ik maakte daarbij direct kennis met de indrukwekkende vaardigheden van mijn nieuwe metgezellin Dana, die met haar jachtgeweer een koelbloedigheid en trefzekerheid aan de dag legde die ik zelden heb gezien. De scherpschutter zelf wist te ontkomen, maar drie van zijn kompanen werden uitgeschakeld.

Na afloop onderzochten wij de lichamen. Opvallend genoeg maakten alle drie een ondervoede indruk, iets wat men niet direct verwacht bij actieve soldaten. Eén van hen droeg een merkwaardige tekening bij zich die het meeste weg had van een kaart. De daarop afgebeelde tekens waren mij echter volkomen onbekend. In mijn jaren van studie heb ik vele schriften en symbolensystemen bestudeerd, maar niets hiervan kwam mij bekend voor.

Het voorwerp dat eerder in de boom naast mij was terechtgekomen, bleek een metalen projectiel in de vorm van een slangentand te zijn, bedekt met een substantie die sterk op gif leek. Ik heb het zorgvuldig veiliggesteld voor verder onderzoek.

Nog verontrustender waren de documenten die wij aantroffen bij het lichaam van Ursini. Tussen zijn bezittingen bevonden zich twee brieven van een zekere Shapiro binnen de Caduceus Foundation. De inhoud bevestigde wat Ursini had geprobeerd te vertellen: wij waren niet naar Bolivia gekomen voor de missie die ons officieel was voorgespiegeld. Wat die werkelijke missie dan wel inhield, bleef echter grotendeels onduidelijk.

Caduceus Mission Briefing

Date: 12th March 1933

To: Dr. Arturo Ursini

BRIEFING FOR BOLIVIA MISSION

Proceed to aid camp (see map). Present Dr. Gomez (in charge of the aid camp) with the enclosed letter.

You should first make your way to the site of the recent confrontation. The site is approximately two miles west of the aid camp, on the far side of the river. Beware of possible level 3 threat in the vicinity. Our intelligence on the threat is regrettably limited. We believe the threat is a temple guardian of some kind.

Your mission is to enter the temple and retrieve the mummy for immediate return to Caduceus HQ in New York. Any accompanying artifacts should likewise be recovered and brought home.

Your team of specialists is very able, but new to the job. As always we find it best to initiate and test newcomers in the field. Brief them as and when you see fit. We will expect a report on the individual team members on your return.

You have proven over and again that you can keep your head when those around you are losing theirs. We have every confidence in your abilities.

Regards
Shapiro

12th March 1933

Dear Dr. Gomez,

We hope that all is well at the camp. This letter should be handed to you by Dr. Arturo Ursini, a trusted member of our organization. He and his team have important work to conduct in the vicinity of your camp. Please extend to him and his team your support and hospitality.

I trust the additional staff and supplies that he brings will prove useful.

Yours sincerely,
Shapiro

In de hoop antwoorden te vinden zochten wij dr. Rafael Gomez op, de arts die het bestaande kamp leidde. Tot onze verrassing bleek hij even onwetend als wij. Hij wist niets van een geheime opdracht en verkeerde in de veronderstelling dat de Foundation uitsluitend aanwezig was voor medische hulpverlening.

Wel kon hij ons meer vertellen over een incident dat anderhalve week eerder had plaatsgevonden en waar in de brief naar werd verwezen. Die gebeurtenis ging gepaard met een enorme explosie ergens verderop in de jungle. Dit moest wel de kern vormen van onze werkelijke opdracht.

Voordat wij ons echter op onderzoek begaven, probeerden wij meer te weten te komen over een groep Boliviaanse soldaten die aan de andere zijde van het dorp gelegerd was. Volgens de kampbewoners waren zij pas enkele dagen eerder gearriveerd. Het ging om ongeveer twintig man, die dagelijks de jungle introkken en pas tegen de avond terugkeerden. Slechts enkelen van hen waren op dit moment aanwezig, de rest was op excursie.

Onze gesprekken met hen leverden vrijwel niets op. Zij waren afstandelijk, weinig spraakzaam en opvallend ongeïnteresseerd in sociaal contact. Zelfs een aangeboden sigaret werd geweigerd, hetgeen naar mijn ervaring uitzonderlijk is onder militairen. Hun kamp oogde bovendien rommelig en slecht georganiseerd. Wel vernamen wij dat zij onder bevel stonden van een zekere kapitein Lafuente.

Met een onaangenaam gevoel besloten Dana en ik vervolgens een korte verkenning uit te voeren. Wij vonden zonder veel moeite de doorwaadbare plaats in de rivier, op zoek naar het gebied waar de strijd en explosie zich zouden hebben afgespeeld.

Daarvoor werden wij echter opgeschrikt door een merkwaardig incident. Een aap zat in een boom boven ons en speelde nieuwsgierig met een metalen voorwerp dat op een pistool leek. Nog voordat wij konden reageren ging het apparaat af. Een felle steekvlam schoot uit het object en trof zowel Dana als mij. Het dier liet het voorwerp onmiddellijk vallen.

Na enig zoeken vonden wij het terug. Het was inderdaad een soort vuurwapen, althans qua vorm. Het had de gestalte van een slang en bezat geen zichtbare trekker of mechanisme. Hoe het functioneerde blijft vooralsnog een raadsel.

Kort daarna bereikten wij de plaats van de explosie. Het was een enorme open plek in de jungle, tientallen meters breed. Over het terrein lagen verspreid de resten van een jeep en de lichamen van talrijke Boliviaanse soldaten. Hoewel de explosie volgens Gomez elf dagen eerder had plaatsgevonden, leken de lijken aanzienlijk recenter. Overal lagen kogelhulzen verspreid, maar de slachtoffers zelf vertoonden geen schotwonden.

Sommigen waren duidelijk door een enorme kracht uiteengereten, overal lagen losse ledematen. Anderen waren hoog in de bomen terechtgekomen, alsof zij door een geweldige kracht waren weggeslingerd. Het tafereel vertelde een verhaal dat niet overeenkwam met de officiële verklaring.

In het midden van de open plek bevond zich geen gewone krater, maar een enorm gat van ongeveer vijftien meter doorsnee. Het leek alsof een grote stenen plaat was opgeblazen en een doorgang had blootgelegd naar iets daaronder. Langs de wand liep een stenen trap die zich in spiralen diep de duisternis in kronkelde. Dit moest vrijwel zeker de tempel zijn waarnaar Shapiro in zijn brief verwees.

Of zich daar daadwerkelijk de vermeende mummie bevond waarover hij schreef, wist ik niet. Evenmin wist ik wat hij bedoelde met de term guardian, of wat een zogenaamde level 3 threat precies inhield. Of dat dat misschien allemaal hetzelfde betrof. Eén ding stond echter vast: wij waren onvoldoende voorbereid om de afdaling nog diezelfde dag te wagen. Wij keerden daarom terug naar het kamp voordat de duisternis inviel.

Daar troffen wij de volledige groep Boliviaanse soldaten aan die inmiddels eveneens was teruggekeerd. Ditmaal kregen wij kapitein Lafuente zelf te spreken. Het gesprek verliep buitengewoon ongemakkelijk. De man stelde zich vrijwel vijandig op tegenover zowel ons als de Foundation. Zijn houding was moeilijk te rijmen met het idee dat wij hier allen aanwezig waren ter ondersteuning van een humanitaire missie.

Het moge duidelijk zijn dat er in en bij Bamba Rumi iets fundamenteel mis is. En dat de Boliviaanse soldaten daarbij een rol spelen. Maar wij beschikken over te weinig informatie, weten nauwelijks wat onze werkelijke opdracht inhoudt en hebben vandaag reeds één leider verloren. En de antwoorden bevinden zich vrijwel zeker onder ons, diep in die duistere tempel.

Morgen zullen wij eerst proberen meer informatie te verzamelen. Ik heb vernomen dat er een telefoonverbinding aanwezig is in het kamp. Indien mogelijk wil ik contact opnemen met Shapiro of iemand anders binnen de Foundation die bereid is ons eindelijk de waarheid te vertellen.

Want één conclusie durf ik inmiddels met zekerheid te trekken: wij zijn niet naar Bolivia gestuurd om mensen te genezen. Maar waarvoor precies wél weten we niet. En het is cruciaal voor het welslagen van de missie dat we dat weten.

Sessie 1 — 6 juni 2026