"'Twas beauty killed the beast", said the Dean, who liked to say things like that.
"No it wasn't," said the Chair. "It was it splatting into the ground like that."
— Terry Pratchett, Moving Pictures (1990)
De openbaring van het slangenvolk
Bamba Rumi, Bolivia — 17 maart 1933
Aangezien wij nog altijd grotendeels in het duister tastten omtrent het werkelijke doel van onze missie, besloten wij dat het verstandig was opnieuw contact te zoeken met de Caduceus Foundation in New York. In het bijzonder wilden wij spreken met Quentin Shapiro, de man met wie dr. Ursini voorafgaand aan zijn dood gecorrespondeerd had.
Er was echter een probleem: de radiozender in het kamp bleek door de Boliviaanse soldaten onklaar te zijn gemaakt. Dat alleen al sterkte mij in mijn vermoeden dat hun aanwezigheid hier allesbehalve toevallig is.
Gelukkig bevond zich tussen onze eigen voorraden nog een kleinere veldradio. Een van onze mede-expeditieleden, Jayaprakash Singh, bleek over voldoende technische kennis te beschikken om onderdelen daarvan te gebruiken voor de reparatie van de grotere installatie. Tot mijn opluchting slaagde hij erin het apparaat weer aan de praat te krijgen en konden wij vrij snel contact leggen met Shapiro in New York.

Het gesprek dat volgde heeft mijn begrip van onze onderneming — en mogelijk van de wereld zelf — volledig op zijn kop gezet.
Shapiro bevestigde allereerst wat Ursini ons vlak voor zijn dood had willen vertellen. De Caduceus Foundation is inderdaad een humanitaire organisatie, maar haar medische werkzaamheden vormen slechts één zijde van haar bestaan. Achter de schermen houdt zij zich bezig met een veel uitzonderlijker doel: het opsporen en bestrijden van bedreigingen tegen de mensheid.
In het bijzonder sprak Shapiro over wat hij serpentfolk noemde.
Slangenwezens.
Ik moet bekennen dat mijn eerste reactie er een van volslagen ongeloof was. Toch maakte dat ongeloof vrijwel onmiddellijk plaats voor een opwinding die ik nauwelijks wist te onderdrukken. Zou dit verband kunnen houden met de beschaving waarvan ik al jaren het bestaan vermoed? De terugkerende slangenmotieven, de overeenkomsten tussen culturen die onmogelijk contact met elkaar kunnen hebben gehad, de artefacten, de symbolen…
Maar indien Shapiro de waarheid spreekt, hebben wij het niet over een onbekende menselijke beschaving. We hebben het over iets anders. Iets dat wellicht al bestond voordat onze eigen geschiedenis begon.
Ik weet nog niet wat ik daarvan moet denken.
Shapiro vertelde ons tevens over een rivaliserende organisatie die hij Inner Night noemde. Ook zij zouden hier actief zijn en op zoek zijn naar hetgeen zich in deze streek bevindt. Wat hun precieze bedoelingen zijn wist zelfs Shapiro niet met zekerheid. Hij kon ons slechts vertellen dat de dreiging ernstig was en dat het aan óns was om ter plaatse vast te stellen wat er werkelijk gaande is.
Wij wisten nu in ieder geval voldoende om ons onderzoek voort te zetten.
Voordat wij terugkeerden naar het enorme gat in de jungle, wilde ik echter eerst het merkwaardige slangvormige wapen onderzoeken dat wij gisteren hadden gevonden. Hetzelfde apparaat waarmee een nietsvermoedende aap ons bijna had geroosterd.
Na enig experimenteren ontdekten wij iets buitengewoons. Wanneer men het voorwerp op de juiste wijze vasthoudt, kronkelt het zich uit zichzelf om hand en onderarm. Er is geen trekker. Het lijkt te reageren op de gedachte van degene die het draagt. Met voldoende concentratie kan het een enorme steekvlam produceren.

Een wapen dat reageert op een mentaal commando. Zelfs nu ik deze woorden opschrijf, klinken ze absurd. Ik heb besloten het voorlopig bij mij te houden. Een draagbare vlammenwerper lijkt mij onder de huidige omstandigheden geen overbodige luxe.
Met aanvullende voorraden, gereedschap en ons ezeltje Edward keerden wij later die dag terug naar de open plek.
Daar viel ons onmiddellijk iets op wat wij gisteren over het hoofd hadden gezien: de stilte.
De lichamen van de Boliviaanse soldaten lagen er nog precies zoals wij ze hadden achtergelaten. Hoewel zij duidelijk al enige tijd dood waren, vertoonden zij nauwelijks sporen van aaseters. Geen vogels. Geen insectenzwermen. Geen dieren die zich aan de lichamen tegoed hadden gedaan.
Zelfs Edward weigerde de open plek te betreden. Uiteindelijk moesten wij hem aan de rand van het terrein aan een boom vastbinden. Dieren weten soms eerder dan mensen wanneer zij ergens niets te zoeken hebben.
Daarna begonnen wij aan de afdaling. De stenen trap kronkelde ruim driehonderd meter naar beneden. De constructie moet buitengewoon oud zijn, al durf ik zelfs geen voorzichtige schatting van haar ouderdom te maken. Op verscheidene plaatsen waren de treden afgesleten of beschadigd, waardoor iedere stap voorzichtig gezet moest worden.

Hoe dieper wij afdaalden, hoe kouder en bedompter de lucht werd.
En toen kwam de stank. Aanvankelijk slechts zwak, maar met iedere meter sterker. Een zware, zoete geur van rottend vlees.
Beneden ontdekten wij de oorzaak. Op de bodem lag een enorme, vormeloze massa vlees. Het wezen — ik kan geen beter woord bedenken — was opgezwollen en glanzend, met talloze halfgevormde, beenachtige ledematen die uit het lichaam staken. Grote delen ervan waren verbrand of opengereten. Het leek alsof het van grote hoogte naar beneden was gestort.

Gelukkig was het onmiskenbaar dood.
Ik vermoed dat dit de guardian was waarnaar Shapiro in zijn correspondentie verwees. Indien dat inderdaad zo is, lijkt het erop dat de Boliviaanse soldaten — of beter gezegd, Inner Night — het wezen hebben gedood.
Maar zelfs deze gruwelijke ontdekking verbleekte bij hetgeen wij vervolgens aantroffen.
De wanden waren gedurende de gehele afdaling vrijwel kaal geweest. Hier beneden waren zij echter volledig bedekt met uitgebreide schilderingen. Ik heb moeite te beschrijven wat ik voelde toen ik ze voor het eerst zag.
De afbeeldingen toonden een volk van mensachtige slangenwezens. Niet als goden of monsters uit een primitieve voorstelling, maar als een georganiseerde samenleving. Zij werden geleid door een vrouwelijke figuur en hielden enorme, mensachtige reuzen als slaven. Die reuzen werden gedwongen een complex van bouwwerken op te richten: een centrale tempel, omgeven door vijf kleinere constructies die gezamenlijk een soort beschermende cirkel vormden. En wij bevonden ons in één van die vijf gebouwen.

Minstens zo opzienbarend was het schrift. Tussen de afbeeldingen zag ik verschillende symbolen die ik herkende van de kaart die wij gisteren op een van onze aanvallers aantroffen. Daarmee lijkt één conclusie onvermijdelijk. Het schrift op die kaart en het schrift op deze oeroude muren zijn hetzelfde. Wat betekent dat degene die die kaart vervaardigde of gebruikte, kennis bezit van een taal die mogelijk duizenden jaren oud is. Of dezelfden zijn.
Ik raakte volledig in mijn onderzoek verzonken. Ik tekende zoveel mogelijk afbeeldingen en tekens over en probeerde hun onderlinge samenhang vast te leggen. Hoe lang ik daarmee bezig ben geweest weet ik niet. Op enig moment begonnen mijn metgezellen mij er echter vrij nadrukkelijk aan te herinneren dat wij nog driehonderd meter omhoog moesten klimmen en vóór het invallen van de duisternis het kamp wilden bereiken.
Zelden heb ik zozeer betreurd geen fotocamera bij mij te hebben gehad.
Tegen het vallen van de avond keerden wij veilig terug in Bamba Rumi.
Omdat wij nauwelijks kennis hadden van de omgeving en niet wisten waar de overige bouwwerken zich bevonden, zochten wij opnieuw dr. Gomez op. Hij kon ons helaas niet verder helpen, maar verwees ons naar Gregorio Guerrero, een man die onder de plaatselijke bevolking aanzienlijk gezag geniet.
Ons eerste gesprek met Guerrero verliep vriendelijk, maar terughoudend. Ik kreeg sterk de indruk dat hij wist waarnaar wij zochten, maar ons niet voldoende vertrouwde om zijn kennis met ons te delen.
De volgende ochtend namen wij opnieuw contact op met Shapiro. Onze bevindingen leken zijn vermoedens over Inner Night te bevestigen. Volgens hem probeert de organisatie iets uit de centrale tempel te bevrijden — de zogenaamde mummie. Daarbij lijken zij weinig bezwaar te hebben tegen grof geweld. Ironisch genoeg is onze opdracht in wezen dezelfde: ook wij moeten zien te bereiken wat zich in die tempel bevindt. Ik hoop alleen dat onze beweegredenen minder duister zijn dan die van onze tegenstanders.
Met dr. Gomez als tussenpersoon waagden wij vervolgens een tweede poging bij Guerrero. Zijn aanwezigheid en enkele woorden ter ondersteuning van onze bedoelingen bleken voldoende om de man enigszins over de streep te trekken.

Guerrero vertelde ons dat hij behoort tot de plaatselijke Guaraní en dat de vijf heilige plaatsen die wij zoeken deel uitmaken van een zeer oude overlevering. Volgens hun legende werd ooit een vrouw door de goden naar de aarde gezonden om hier een tempel te laten bouwen. Zij noemen haar The One Who Sleeps.
Toen haar tempel voltooid was, legde zij zich te ruste en werd zij nooit meer wakker. De Guaraní geloven dat zij ooit opnieuw zal ontwaken. Wanneer dat gebeurt, zal het uitverkoren volk haar volgen naar de andere wereld. Tot die tijd moet haar slaap worden bewaakt. De leider van Guerrero's volk, Gregorio zelf dus, draagt daarom de verantwoordelijkheid om op gezette tijden offers achter te laten bij vijf heilige plaatsen die rondom haar rustplaats liggen.
Na enig aandringen stemde Guerrero ermee in ons de ligging van deze vijf plaatsen te wijzen. Daarmee beschikken wij eindelijk over hetgeen we nodig hebben. Als de schilderingen beneden correct zijn en de vijf bouwwerken inderdaad in een cirkel rondom de centrale tempel liggen, hoeven wij slechts hun posities op de kaart vast te leggen. Waar de lijnen elkaar kruisen, moet de tempel van de Slapende zich bevinden.
Ik heb jarenlang gezocht naar aanwijzingen voor een vergeten beschaving. Nu heb ik hun schrift gezien. Ik heb hun afbeeldingen met mijn eigen ogen gezien. Ik heb, mogelijkerwijs, een van hun wapens om mijn arm gedragen. En ergens in deze jungle ligt een van hen mogelijk nog altijd te slapen.
Sessie 2 — 1 augustus 2026


