"The greatest trick the Devil ever pulled was convincing the world he didn't exist."
— The Usual Suspects (1995)
De vijand onder ons
Bamba Rumi, Bolivia — 18 maart 1933
Niet lang nadat Gregorio ons had toegezegd de vijf heilige plaatsen te tonen, voegden wij de daad bij het woord. Nog voor het middaguur trokken wij, vergezeld door Gregorio en zijn ezeltje Antonio, opnieuw de jungle in.
Ons werkelijke doel was vanzelfsprekend niet de vijf plaatsen afzonderlijk, maar het middelpunt dat zij gezamenlijk moesten omsluiten. Tot mijn verbazing bleek Gregorio zich daarvan niet bewust. Hij was nooit op die plek geweest en wist evenmin van het bestaan van een mogelijke centrale tempel. Dat vertelde ons in ieder geval iets: wat zich daar ook bevond, het kon aan de oppervlakte niet bijzonder opvallend zijn. Anders zou iemand die deze streek zo goed kent als Gregorio er ongetwijfeld van hebben geweten.
Onze eerste bestemming was de heilige plaats die wij reeds kenden: de plek waarvan de enorme afsluitsteen door een explosie was verbrijzeld en waaronder wij de trap en de schilderingen hadden aangetroffen.
Dana en ik hielden ons op gepaste afstand terwijl Gregorio er een kort ritueel uitvoerde. Hij sprak een gebed uit en liet vervolgens een bescheiden offer achter, bestaande uit fruit en andere etenswaren.

Daarna leidde hij ons langs de overige vier heilige plaatsen. Deze waren, in tegenstelling tot de eerste, nog volledig intact. Iedere locatie werd afgesloten door een immense stenen plaat, voorzien van uitgebreide markeringen en teksten in het schrift waarvan ik inmiddels de naam kende: Naacal.
Ik had dolgraag uren aan iedere steen besteed. Helaas had de tijd haar werk grondig gedaan. Wind, regen en waarschijnlijk vele eeuwen — zo niet millennia — hadden de inscripties zodanig aangetast dat ik slechts hier en daar afzonderlijke tekens kon onderscheiden. Van een betrouwbare vertaling kon geen sprake zijn.
Toch was hun aanwezigheid alleen al van enorme betekenis. Hetzelfde schrift dat wij hadden aangetroffen op een kaart van onze aanvallers, bevond zich ook hier, op monumenten waarvan de oorsprong vermoedelijk onvoorstelbaar ver teruggaat.
Het was reeds laat in de avond toen wij uiteindelijk in Bamba Rumi terugkeerden. Vermoeid, maar met voldoende aantekeningen om de onderlinge ligging van de vijf plaatsen te reconstrueren. Morgen zouden wij hun middelpunt zoeken.
De volgende ochtend namen wij voor ons vertrek eerst opnieuw telefonisch contact op met Shapiro in New York om hem van onze voortgang op de hoogte te brengen. Hij bevestigde dat wij naar alle waarschijnlijkheid op het juiste spoor zaten. Ook deelde hij ons vermoeden dat Inner Night de Boliviaanse eenheid in Bamba Rumi had geïnfiltreerd. Zijn advies was eenvoudig: vertrouw niemand uit dat kamp en vermijd hen waar mogelijk.
Na vandaag kan ik slechts concluderen dat die waarschuwing nog onvoldoende was.
Aan de hand van onze aantekeningen van gisteren konden wij vrij nauwkeurig bepalen in welk deel van de jungle het middelpunt van de vijf heilige plaatsen moest liggen. We belaadden Edward met gereedschap en voorraden en vertrokken met Jamie en Derrick.
Na enige tijd bereikten wij een plek die zelfs tussen de dichte begroeiing onmiddellijk opviel. Er was geen tempel, geen ingang en zelfs geen echte open plek. Er stond slechts steen. Een immense stenen constructie stak ongeveer tien meter boven de grond uit. De vorm deed mij nog het meest denken aan de punt van een gigantische schroef. Rondom was de aarde opengescheurd en omhooggeduwd. Nabijgelegen bomen waren ontworteld of scheef komen te staan. Alles wees erop dat het bouwwerk pas zeer recent uit de aarde omhoog was gekomen.

Wij zochten naar een toegang, maar vonden niets. De werkelijke ingang moest zich vermoedelijk nog onder de grond bevinden. Hoe diep, konden wij onmogelijk bepalen. Even overwogen wij onze schoppen ter hand te nemen, maar al snel werd duidelijk hoe zinloos dat waarschijnlijk zou zijn. Met vier mensen konden wij dagen, of zelfs weken en maanden, graven zonder iets te bereiken.
Er bleef een andere mogelijkheid over: explosieven.
Het idee stond mij onmiddellijk tegen. Niet alleen hadden wij geen dynamiet bij ons, het leek mij wetenschappelijk onvergeeflijk om een mogelijk duizenden jaren oude constructie simpelweg op te blazen omdat wij geen ingang konden vinden. Bovendien vermoedden wij dat het gedeeltelijk omhoogkomen van de centrale tempel verband hield met de vernietiging van de afsluitsteen van de eerste heilige plaats.
Zouden wij hetzelfde effect kunnen versterken door de overige stenen eveneens te vernietigen? Mogelijk. Maar dan zouden wij exact dezelfde methode gebruiken als Inner Night. Die gedachte bleef bij mij hangen. Als wij dezelfde middelen gebruiken als onze tegenstanders om hetzelfde doel te bereiken, hoeveel onderscheid bestaat er uiteindelijk nog tussen hun handelen en het onze?
Maar wij kregen geen gelegenheid daar lang over na te denken. Er klonken bewegingen tussen de bomen, gevolgd door een geweerschot. Jamie werd geraakt en schreeuwde het uit van de pijn. We zochten onmiddellijk dekking en ontdekten al snel twee Boliviaanse soldaten tussen het gebladerte. Maar zij waren niet alleen.
Uit de jungle stormde iets op ons af dat nauwelijks met enig bestaand dier te vergelijken viel. Het had iets van een enorme Komodovaraan, maar bewoog met de snelheid en agressie van een jachthond. Uit zijn bek hing een gespleten tong en tussen de scherpe tanden droop een dikke, stinkende substantie. Het beest stortte zich op ons.

Het daaropvolgende gevecht was kort, chaotisch en buitengewoon gewelddadig. Ik ontkwam niet aan zijn kaken en liep een smerige bijtwond op, maar door een combinatie van geluk en snel handelen wisten wij erger te voorkomen.
Net als Dana’s vertrouwde jachtgeweer, bewees het slangvormige wapen dat wij eerder hadden gevonden daarbij zijn waarde. De vuurstraal bleek buitengewoon effectief tegen tegenstanders die dekking zochten tussen de dichte begroeiing. Niet veel later lagen zowel het reptielachtige monster als de twee soldaten dood op de grond.
Wij waren er echter van overtuigd dat er meer vijanden in de omgeving moesten zijn. Bovendien wilden wij voorkomen dat zij de centrale tempel zouden ontdekken. Daarom trokken wij ons terug tussen de bomen. Ditmaal zouden wij hen opwachten.
Het duurde inderdaad niet lang voordat een tweede groep verscheen, op weg naar de plaats waar de schoten hadden geklonken. Onder hen bevond zich een officier. Opnieuw brak een vuurgevecht uit.
De laatste overgebleven soldaat probeerde te vluchten, maar Dana zette onmiddellijk de achtervolging in en wist hem uiteindelijk buiten bewustzijn te slaan.
Toen ontdekten wij iets dat al het voorgaande van die dag overschaduwde.
De officier was geen mens. Althans niet meer. Na zijn dood was zijn lichaam veranderd. De menselijke gedaante was verdwenen en had plaats gemaakt voor een wezen dat onmiddellijk herkenbaar was van de schilderingen onder de eerste heilige plaats.
Een lid van het slangenvolk.

Ik stond enige tijd alleen maar naar het lichaam te kijken. Shapiro had het ons weliswaar verteld, maar nu drong het pas echt door. Ze hadden niet alleen bestaan. Ze bestaan nog steeds. En erger nog: zij kunnen eruitzien als wij.
Ik kan nauwelijks overschatten wat dit betekent. Een onbekende beschaving die duizenden jaren heeft weten te overleven zou op zichzelf al een ontdekking zijn die ons volledige begrip van de menselijke geschiedenis verandert. Maar een volk dat zich bovendien onder mensen kan begeven zonder als zodanig herkend te worden…
Wie weet hoelang zij dat al doen? En op welke plaatsen zij mogelijk nog meer zijn geïnfiltreerd? De implicaties zijn niet te onderschatten.
Wij besloten niet langer bij de tempel te blijven. Jamie had medische verzorging nodig en wij hadden bovendien een levende gevangene. Halverwege de terugtocht kwam de soldaat weer bij bewustzijn. Zijn naam bleek Paolo te zijn.
Wat daarna volgde maakte de situatie nog verontrustender.
Paolo kon zich vrijwel niets herinneren van de afgelopen week. Zijn laatste heldere herinneringen stamden van kort na de explosie waarbij de eerste heilige plaats was geopend. Daarna: niets.
Langzaam begon zich een verklaring af te tekenen voor het vreemde gedrag van de Boliviaanse soldaten in Bamba Rumi. Hun apathie. Hun vermagerde lichamen. Hun mechanische gehoorzaamheid.
Het slangenvolk kan zich blijkbaar niet alleen als mens voordoen. Het kan ook de menselijke geest beïnvloeden en zelfs volledig onderwerpen. Dat zou betekenen dat de soldaten die ons aanvielen niet noodzakelijk onze vijanden waren. Zij waren eveneens slachtoffers.
Het kostte ons veel geduld om Paolo zover te krijgen dat hij ons enigszins vertrouwde. Vanuit zijn perspectief moet de situatie even onbegrijpelijk zijn geweest als voor ons enkele dagen geleden. Uiteindelijk stemde hij — half vrijwillig, moet ik toegeven — ermee in ons naar Bamba Rumi te vergezellen.
We wisten hem ongezien het Caduceus-kamp binnen te brengen.
Gelukkig bleek Paolo reeds eerder een zeker respect voor dr. Gomez te hebben ontwikkeld. Wij hopen hem gezamenlijk ervan te kunnen overtuigen dat niet alleen hijzelf, maar ook zijn kameraden in het Boliviaanse kamp het slachtoffer zijn geworden van iets dat zij onmogelijk hadden kunnen begrijpen.
Misschien hebben wij daarmee een nieuwe bondgenoot gevonden. Misschien kan Paolo ons helpen zijn kameraden te bevrijden en mogelijke andere slangenwezens te ontmaskeren.
Maar sinds ik het lichaam van die officier heb gezien, houdt ook een andere gedachte mij bezig. Ik heb jarenlang mensen bestudeerd. Hun taal, hun rituelen, hun kleding, hun gebaren. De duizenden kleine dingen waaraan wij elkaar herkennen. Ik heb altijd gedacht dat goed observeren voldoende was om iemand te leren kennen.
Nu weet ik dat ik zelfs daar niet langer op kan vertrouwen.
Sessie 3 — 5 september 2026


