Beyond the Mountains of Madness

← Sessie 15

Sessie 16 — 12 oktober 2025

Sessie 17 →

8 december 1933


"Toen we de zwarte toren achter ons lieten, was de wereld veranderd. De grond was opengereten, als door klauwen van binnenuit, met scheuren die de vlakte doorkliefden als littekens. Het trilde nog na onder onze voeten, alsof de aarde haar adem inhield. En boven ons—de hemel. Geen sterren, geen rust. Alleen kleuren. Golven van licht als het noorderlicht, maar vreemd en dreigend, alsof iets buiten ons universum zich door de sluier had gedrongen."

 

"In de verte zagen we dat de Belle al was opgestegen. Meyer en zijn mensen hadden de kristallen sleutel en een voorsprong die met elke seconde groter werd. We hadden geen tijd om stil te staan of te overleggen—alleen rennen, door de sneeuw, met brandende longen en bonkende harten, op weg naar onze enige kans om de achtervolging in te zetten."

 

"Maar Meyer had voor ons gezorgd. Letterlijk. Bij het vliegtuig lag Myles, levenloos. Halperin bloedde uit een wond waarvan ik niet wist of iemand dat kon overleven. En voor ons, in dekking, stond een van Meyers mannen. Een Duitser, met een Thompson-machinegeweer strak in de handen. Zijn postuur verraadde slechts doelgerichtheid. Hij was daar om ons te stoppen."

 

"Na het gevecht moesten we terug naar de stad van de Elder Things, voor brandstof en reparaties. We wisten dat het gevaarlijk was. We wisten het. Maar niets had ons kunnen voorbereiden op wat daar wachtte. Danforth. Opnieuw. Verrot, maar niet dood. Of beter gezegd: niet dood genoeg. Pas na een tweede keer viel hij voorgoed stil. En toen verschenen twee Elder Things. Eén nam Danforths lichaam mee… de ander viel ons aan."

 

"We vlogen laag over ons gezamelijke kamp nabij het oude kamp van professor Lake. En daar zagen we het. Rook. Vuur. Chaos. De vliegtuigen in brand. Alle benzine verloren. De Duitsers waren ons voor geweest en hadden het kamp aangevallen. Ze hadden alles verwoest, ook de radio. Als we geen extra brandstof hadden meegenomen, zouden we hier zijn gestrand."

 

"Wat we aantroffen was hartverscheurend. De vele gewonden waren verzameld in een geïmproviseerde medische tent, bebloed, bevroren, verbijsterd. Sommigen spraken niet meer. Sommigen bewogen niet meer. We hadden geen radio. Geen contact. Geen tijd. Maar we moesten kiezen. En dus namen we de zwaarst gewonden mee naar het basiskamp, in de hoop dat daar nog hulp was… voordat we opnieuw opstijgen. Richting Meyer. En mogelijk een zeppelin."